Overtredingen: Zitten: Opzettelijk zitten op de grond, of er niet in slagen ogenblikkelijk tot touwtrekpositie terug te komen na uitglijden. Leunen: De grond raken met enig deel van het lichaam anders dan de voeten Afklemmen: Elke houding die de vrije beweging van het touw voorkomt. Propping: Het touw in positie houden waar het zich niet beweegt tussen bovenlichaam en het bovenste deel van de arm. Touwtrekpositie: zitten op een voet of het been of de voeten niet voor de knie gestrekt. Inpalmen: Het touw niet door de handen laten lopen Roeien: Herhalend zitten op de grond terwijl de voeten achterwaarts bewogen worden.
|